arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat

Samen werken aan standaardisatie – TNO & SUTC

TNO en SUTC werken sinds de herstart van SUTC in 2017 samen aan standaardisatie in de logistieke sector. TNO was ook daarvoor al betrokken bij het ontwikkelen van de standaarden voor papierloos transport en voor de afvalsector die SUTC nu beheert. Beide partijen werken nauw samen aan het beheer van deze standaarden. We spreken met Michiel Stornebrink, die voor TNO werkt aan data infrastructuren, standaarden en afsprakenstelsels om het delen van data makkelijker te maken. Waarom vindt hij standaardisatie zo belangrijk en hoe werkt hij daaraan? Hoe vullen TNO en SUTC elkaar aan? En hoe ziet hij door de sector zelf ontwikkelde standaarden, zoals het Open Trip Model en iSHARE?

Data uitwisseling vraagt ook om afspraken

In toenemende mate is het vanzelfsprekend om data te delen. Eigen data, data van ketenpartners en data uit open bronnen. Om al die data uit verschillende bronnen te kunnen uitwisselen, zijn standaarden onmisbaar. Je wilt immers niet voor elke nieuwe bron waar je data vandaan haalt aparte koppelingen (laten) bouwen. Michiel: “In de afgelopen jaren is het vraagstuk rondom data uitwisseling breder geworden. Het gaat niet meer alleen om de koppeling en de semantiek (kunnen onze systemen data uitwisselen en juist interpreteren?), maar ook om de governance: de afspraken die we met elkaar maken over de omgang met de data. Wie is eigenaar van de data? Welke data deel ik wel en niet met andere partijen, hoe bescherm ik mijn gevoelige data? En hoe gaan we om met de data die we met elkaar delen? Een transporteur wil waarschijnlijk niet dat concurrenten zien welke lading hij voor wie transporteert. Maar hij zal data over zijn transport juist wel willen delen met een klant. Daarom is het steeds belangrijker dat ook de randvoorwaarden van het delen van data goed zijn vastgelegd in heldere afspraken.”

Samenwerking met branche organisaties

TNO heeft kennis en expertise van alles wat er is en gebeurt op het gebied van data deel infrastructuren. In vele verschillende sectoren, ook internationaal. Michiel: “Heel veel aspecten van data delen zijn natuurlijk niet uniek voor een sector. Wij proberen daarom de elementen die generiek zijn ook weer te gebruiken in andere sectoren. Wij brengen deze bestaande generieke blokken in, aansluitend bij de vraagstukken van de sector waarmee we werken. Wij werken altijd samen met de bestaande branche verenigingen, zoals ook met TLN en evofenedex, via expertisecentrum SUTC. Want zij hebben de contacten met de sector en de software leveranciers en kunnen dit vormgeven op een manier die bij de sector past. Wij willen die rol zeker niet overnemen, maar kunnen wel ondersteunen bij het vormgeven van hun digitaliserings­agenda met de tools en de kennis die wij hebben.”

Hoe ontwikkelen jullie een standaard?

Bedrijven hebben de kennis van de sector en TNO heeft de kennis van de standaarden en het proces om die te ontwikkelen. Michiel: “Waar mogelijk ontwikkelen we een standaard middels onze zgn. pressure cookermethode. Neem bijvoorbeeld de STOSAG, een communicatie protocol voor (ondergrondse) afvalcontainers, ontwikkeld in opdracht van en samen met bedrijven in de afvalinzameling. We sluiten ons dan een week op met representatieve bedrijven uit de sector, bepalen gezamenlijk de prioriteiten en ontwikkelen de standaard. Na zo’n week is de eerste versie klaar. De betrokken bedrijven toetsen deze bèta versie vervolgens in de praktijk. Zo ontstaat een standaard die beantwoordt aan de wensen van bedrijven in de sector. Deze werkwijze creëert commitment binnen de sector voor de standaard. De EBA en de STOSAG, die beide door SUTC worden beheerd, zijn standaarden die al jaren vrijwel onveranderd door veel bedrijven worden gebruikt.”

Logistieke standaarden en afsprakenstelsels

Vanuit de logistieke sector zelf zijn het Open Trip Model en iSHARE ontwikkeld. We zijn natuurlijk benieuwd wat Michiel van deze standaarden vindt. Michiel: “Allereerst: OTM en iSHARE vullen elkaar perfect aan om data delen mogelijk te maken. OTM maakt het mogelijk dat verschillende ICT-systemen elkaars data goed kunnen interpreteren, en iSHARE regelt de identificatie en authenticatie van systemen. Als ik kijk naar OTM, dan zie ik een paar heel krachtige aspecten. Ten eerste is het een zogenaamde ‘REST API’-gebaseerde standaard. Dat is een manier van denken die aansluit bij de nieuwste generatie software en de huidige generatie developers. Daarmee valt het model in goede aarde. Ten tweede is OTM ontwikkeld als antwoord op een behoefte in de markt. Daarmee was er direct commitment van partijen uit de sector. Dat zijn twee essentiële factoren voor een succesvolle standaard.”

“Maar OTM is ook in een ander opzicht vooruitstrevend. Standaarden zijn vaak nog georiënteerd rondom ‘transactionele’ documenten. Denk aan orders of facturen die middels een standaard gedeeld worden. OTM gaat over een dynamische wereld: een container is in beweging en je kunt op ieder moment de benodigde informatie opvragen. Wat zit er in deze container, waar bevindt die zich op dit moment? Dit is de toekomst, het zgn. ‘digital twinning’, waarbij elk object zijn digitale ‘twin’ krijgt, waardoor je op elk moment kunt opvragen waar het object zich bevindt, wanneer het in de haven aankomt, etc. Die denkstap moeten we met elkaar maken en implementeren.”

Hoe versterken TNO en SUTC elkaar?

“Ik zie het als onze gezamenlijke taak om bedrijven te helpen, en ze te doordringen van de noodzaak van standaardisatie. Wij werken daar beide op onze eigen manier aan. Ik zoek naar wegen om OTM verder te brengen. En dan bedoel ik niet de standaard door ontwikkelen naar versie 6, maar de aansluiting zoeken op bredere (inter)nationale data deel infrastructuren. OTM is ontwikkeld voor de praktijk van het wegtransport. Transport is breder: multimodaal en mondiaal. Ik verwacht niet dat OTM in de huidige vorm de wereld gaat veroveren, maar wel dat het een belangrijke bijdrage levert aan data delen in de Nederlandse transport sector. OTM is een prachtig voorbeeld van hoe je zo’n ingewikkeld vraagstuk kunt oplossen. Daarom laat ik OTM ook zien aan andere sectoren. Zo leren we van elkaar en hoeven we het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden. In dat kader is het ook een goede ontwikkeling dat iSHARE een plek heeft gekregen in de open data infrastructuur van de International Data Spaces Association (IDSA).”

“Ik vind het van groot belang dat organisaties als SUTC bestaan. Het is voor individuele bedrijven onmogelijk om alle ontwikkelingen in de gaten te houden. Zij hebben hun handen vol aan hun core business. Open standaarden zijn ook vanuit overheidsbelang van groot belang om afhankelijkheid van leveranciers te voorkomen (vendor lock-in). SUTC, als neutrale organisatie, kan bedrijven het beste informeren over de ontwikkelingen die voor hen van belang zijn en hen helpen om de benodigde stappen te zetten. En TNO draagt graag bij aan die innovatiekracht en digitalisering in de sector.”